• Alle producten zijn toegevoegd aan uw winkelmandje.

Kung Fu

Kung Fu spullen kopen? Wij bieden alles op het gebied van deze prachtige vechtsport! Vele verschillende pakken.
Losse jasjes, of broeken is ook geen probleem. Sjerpen leveren wij in diversen kleuren. Er is zelfs een Baby pakje een uniek kado!

Kung Fu

We kennen Kung Fu als een Chinese krijgskunst welke in het Westen vooral bekend is geworden door films met Jackie Chan, Bruce Lee en Jet Lee. Maar waar komt de vechtsport Kung Fu vandaan? Hoe is het ontstaan en wat houdt het eigenlijk in?

Wat is Kung Fu?

Toewijding, hoge vaardigheid of grote concentratie is, vrij vertaald, de betekenis van het Chinese begrip “Kung Fu”. Oorspronkelijk is Kung Fu (ook wel Gong Fu) het leerproces dat lichaam en geest verrijkt. Kung Fu verwijst dus feitelijk naar een vaardigheid die bereikt wordt door veel oefenen en hard werken.

De verzamelnaam voor alle Chinese vechtkunsten is ‘Wushu’. Kung Fu is een vorm van Wushu en is weer onder te verdelen in een groot aantal verschillende stijlen. Oorspronkelijk is Kung Fu niet ontwikkeld als sport of een vorm van ontspanning maar als verdedigingskunst en later als militair wapen.

Geschiedenis van Kung Fu

Ten onrechte wordt vaak aangenomen dat de Shaolin-tempel de bakermat van Kung Fu is. Maar de oorsprong van Kung Fu gaat veel verder terug en ligt in het prehistorische China, toen men zich moest verdedigen tegen andere stammen en wilde dieren. De Shaolin-tempel heeft wel een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Kung Fu.

De Shaolin-tempel staat in de provincie Henan en is in 495 na Christus gebouwd door de monnik Xiaowen. Zo’n 30 jaar later bezocht de Indiase monnik Bodhidharma de tempel na een lange trektocht. Hij constateerde dat de monniken veel mediteerden maar daarbij vaak in slaap vielen. De monniken waren in zeer slechte conditie en geestelijk niet scherp. Hierdoor waren ze makkelijke te verslaan wanneer ze werden aangevallen. Bodhidharma (To Ma) besloot een manier te bedenken om de monniken fysiek en mentaal sterker te maken en verliet de tempel voor 9 jaar. Bij zijn terugkeer, introduceerde hij een aantal oefeningen die het uithoudingsvermogen van de monniken kon verhogen. De oefeningen bestonden uit 18 lichamelijke bewegings- en meditatietechnieken. Deze oefeningen werden later de ‘Achttien Handen van Lo-Han’ genoemd. Lo-han is een titel voor iemand die een hoog spiritueel niveau heeft bereikt.

In de zestiende eeuw werden de oorspronkelijk 18 oefeningen door een jonge man (Kwok Yuen) uitgebreid naar 72 bewegingen. Uiteindelijk zijn de ‘Achttien Handen van Lo-Han’ doorontwikkeld tot 170 verschillende bewegingen.

In de achttiende eeuw werd de tempel door regeringstroepen verwoest en brandde af. Een deel van de monniken vluchtte naar Zuid-China, naar de Fukien tempel. Ook deze tempel werd jaren later vernietigd. De enkele monniken die konden ontkomen zorgden voor verbreiding van Shaolin Kung Fu. Ze gaven les in de vechtkunst om het volk voor te bereiden op een gevecht met de regering. Zo waaide Kung Fu ook uit over Zuid-China.

Kung Fu Stijlen

Door de tijd heen heeft Kung Fu zich over heel China verspreid waardoor er talloze verschillende stijlen zijn ontstaan. Omdat er een zeer grote diversiteit aan Kung Fu stijlen bestaat, is het erg lastig om deze simpel in te delen. De indeling in Noordelijke en Zuidelijke stijlen wordt het meest gebruikt maar daarnaast zijn er nog tal van andere stijlen zoals interne- en externe stijlen en dierenstijlen.

Noordelijke en Zuidelijke stijlen

De Noordelijke kung fu stijlen richten zich voornamelijk op het gebruik van beentechnieken, snelle vloeiende bewegingen en spectaculaire hoge sprongen. Het Noordelijke gebied is bergachtiger waardoor de benen sterk ontwikkeld zijn. Xingyiquan en Changquan zijn de belangrijkste Noordelijke kung fu stijlen.

De Zuidelijke kung fu stijlen richten zich op het gebruik van handtechnieken, snel voetenwerk en stabiele en vaste standen. Het Zuidelijke gebied is een vlakker gebied waar maar men meer met de handen werkt op de rijstvelden. Hierdoor ligt de nadruk van de technieken meer op het bovenlichaam en handbewegingen. Wing Chun, Bak Mei en Choy Li Fut zijn de belangrijkste Zuidelijke kung fu stijlen.

Interne en externe stijlen

Interne kung fu stijlen richten zich voornamelijk op de ademhaling om de kracht te versterken. Deze stijlen zijn vaak op een sterke filosofie gebaseerd. De levensenergie (Qi) van het lichaam wordt versterkt door op de juiste manier te ademen. Hierdoor wordt ook de conditie van interne organen verbeterd. De bekendste interne kung fu stijlen zijn Tai Chi, Bagua en Xing Yi.

Externe stijlen richten zich weer meer op fysieke traning. De lichamelijk conditie wordt tot het uiterste gedreven door harde training. De spierkracht wordt maximaal versterkt bij externe oefeningen. Er wordt praktisch niet op de manier van ademhalen gelet zoals bij de interne stijlen. Er wordt vanuit gegaan dat de natuurlijke ademhaling tijdens de fysieke oefeningen het beste zijn. De bekendste externe kung fu stijlen zijn Dronken Vuist, Nan Quan en Chan Quan.

Basisstijlen Kung Fu

De basisstijlen van kung fu hebben zich door de jaren heen sterk ontwikkeld en komen daardoor goed van pas in gevechtssituaties. De basisstijlen omvatten een grote hoeveelheid verdedigings- en aanvalsbewegingen. ‘Basis’ wil niet zeggen dat deze stijlen makkelijk zijn. Er zijn een heleboel ingewikkelde basisbewegingen die jaren hard werken vergen om ze goed te kunnen beheersen. De basisstijlen zorgen voornamelijk voor kracht en stabiliteit in de verschillende bewegingen. Het grootste gedeelte van alle vechtkunsten komt voort uit de basisstijlen. De verschillende vechtstijlen zijn door de jaren heen aangepast aan de cultuur van het land waar de stijlen verder ontwikkeld werden. Voorbeelden van deze verschillende vechtstijlen zijn bijvoorbeeld judo, karate en jiujitsu.

Ongewapende en gewapende stijlen

Ongewapende kung fu stijlen bestaan o.a. uit een scala aan diverse trapbewegingen, stootbewegingen en afweertechnieken. De bewegingen volgen elkaar vloeiend op en worden afgewisseld met rustige bewegingen en kracht explosies. Ongewapende kung fu stijlen zijn onder te verdelen in moderne en traditionele stijlen. Voorbeelden van verschillende ongewapende stijlen zijn bijvoorbeeld Tong Zi Gong, Qi Xin Quan en Mei Hua Quan.

De gewapende kung fu stijlen maken gebruik van diverse kung fu wapens. Monniken moesten zich kunnen verdedigen tegen andere stammen en wilde dieren. Hiervoor werd eigenlijk alles gebruikt wat maar enigszins als verdedigingsmiddel kon fungeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een bezem. Door de jaren heen werden voorwerpen als de bezem en zelfs de eetstokjes doorontwikkeld tot effectievere kung fu wapens. De technieken binnen de gewapende kung fu stijlen zijn hetzelfde als die binnen de ongewapende kung fu stijlen. Wapens vormen altijd een verlengde van het lichaam. Wapens verlengen de reikwijdte en versterken de lichaamskracht. Voorbeelden van verschillende gewapende stijlen zijn bijvoorbeeld Yin Shou Gun (stok vorm) en Den Dao (breedzwaard vorm).

Dierenstijlen

Veel kung fu stijlen zijn geïnspireerd door de natuur, zo ook de dierenstijlen. Monniken observeerden wilde dieren in de natuur. Zo leerden ze van verschillende diersoorten wat hun verdedigings- en aanvalstechnieken waren. Deze technieken werden toegepast binnen kung fu waarbij elke dierenstijl zijn eigen unieke karakteristieken kent. Ook hebben de verschillende dieren een belangrijke symbolische betekenis. Enkele voorbeelden van kung fu dierenstijlen zijn de tijger, de kraanvogel, de bidsprinkhaan, de aap en de draak.

De Tijger (Hu Quan)

De tijgerstijl bevat veel krachtige bewegingen die voornamelijk met de handen wordt uitgevoerd. De juiste ademhaling is van groot belang om genoeg kracht op te wekken om alle stoten uit te delen aan de tegenstander. Bij de tijgerstijl worden de handpalmen met veel kracht naar voren gebracht, gevolgd door een serie snelle slagen en stoten. De hand is open en de vingers worden gespreid en gebogen om de klauw van de tijger na te bootsen. Er wordt alleen met de voeten gewerkt als men ergens tussen moet komen, want tijgers hebben goed grondcontact nodig om kracht te ontwikkelen en uit te oefenen.

De Kraanvogel (He Quan)

De kraanvogelstijl bevat veel cirkelende bewegingen, zowel bij trappen als stoten. De bewegingen zijn voornamelijk een manier om aanvallen af te weren en worden vaak opgevolgd door een trap of stoot. Na de trap of stoot is de aanvaller op afstand en wordt de aanval ingezet. Deze is gericht op de zachte vitale plekken op het lichaam van de tegenstander. Hierbij worden alle vingertoppen bij elkaar gebracht en de pols gebogen om de kraanvogel na te bootsen.

De Bidsprinkhaan (Tang Lang Quan)

De bidsprinkhaanstijl richt zich vooral op de drukpunten (zenuwpunten) van het lichaam. Tijdens het uitvoeren van deze stijl wordt een afwachtende houding aangenomen. Men staat stil op de grond en wiegt zachtjes heen en weer in de wind tot de tegenstander een opening laat vallen. Op dat moment worden er korte en snelle aanvallen uitgevoerd op de drukpunten en spieren van de tegenstander. Precisie en snelheid zijn van groot belang bij deze techniek. Om de bidsprinkhaan na te bootsen, worden de handen zo gehouden dat de vangarmen van de bidsprinkhaan nagebootst worden. Er wordt een vuist gemaakt met de knokkels naar boven. Vervolgens wordt de wijsvinger naar voren uitgestrekt. Dan wordt de duim tegen de middelvinger gelegd en daarna wordt de middelvinger zo verplaatst dat deze naar beneden wijst. Daaropvolgend gaat de wijsvinger over de duim zodat deze op de duim rust en de rest van de wijsvinger, net als de middelvinger, naar beneden wijst. De pols is zo ver mogelijk gebogen en de elleboog wijst naar beneden.

De Aap (Hou Quan)

De aapstijl richt zich vooral op het desoriënteren van de tegenstander om vervolgens met harde slagen toe te slaan op buik en borst. Deze stijl vertoont veel lenige en acrobatische bewegingen. Al springend, rollend, klimmend en draaiend wordt de aanvaller ontweken. De houdingen binnen deze techniek zijn erg diep en compact en worden meestal opgevolgd door een felle aanval om vervolgens weer in rust te vallen. Er wordt geslagen met de bolle achterkant van de hand waarbij de pols is gebogen, evenals de vingers welke uitgespreid staan.

De Draak (Long Quan)

De draakstijl richt zich voornamelijk op de flexibiliteit. De draak is het enige mythologische wezen binnen de dierenstijlen en staat bekend om zijn bovennatuurlijke machtige houding, zijn innerlijke kracht en zijn intelligentie. De draak kan als enige vechten op land, water en in de lucht. Deze stijl kent opkomende en neergaande bewegingen. Ook wordt er gebruik gemaakt van zachte en cirkelvormige grijpende bewegingen om de draak na te bootsen.